Geallieerden


Canadese bevrijders in Amsterdam: Canada is vanaf het begin van de oorlog een belangrijke partner in de strijd tegen nazi-Duitsland. Dat komt mede omdat het land nauw verbonden was met het Verenigd Koninkrijk. Tussen 1939 en 1945 vecht 10% van de bevolking tegen het Duitse fascisme. 42.000 Canadezen verliezen daarbij het leven en 55.000 raken gewond. In ons land is vanaf de herfst van 1944 een hoofdrol weggelegd voor het Eerste Canadese Leger. Hierin vechten overigens ook Engelsen, Schotten, Polen, Amerikanen, Tsjecho-Slovaken, Noren, Belgen, Nederlanders en Surinamers. Tussen eind september en begin november 1944 overwint dit leger het hevige Duitse verzet in Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Beveland en Walcheren. Als de verwoestende ‘Slag om de Schelde’ gewonnen is, kunnen de Geallieerden over de belangrijke haven van Antwerpen beschikken. Hetzelfde Canadese Leger krijgt nu de opdracht door te stoten naar het Hollands Diep bij Moerdijk. En daar stokt het. De slag bij Arnhem is mislukt en de Duitse greep op alles boven de grote rivieren is te sterk. Bovendien ligt de focus van de Geallieerden op Duitsland zelf. In West-Nederland begint nu vooral in de grote steden een tijd van honger en overal grotere onderdrukking die tot het eind van de oorlog zal duren. Eind maart 1945 is het Canadese leger terug. Het bevrijdt Oost- en Noord-Nederland, mede met hulp van een Poolse tankdivisie. Het is de Canadese generaal Foulkes die de bezetter op 5 mei in Wageningen de capitulatie laat tekenen. De machtsoverdracht verloopt op veel plekken bloedig. Ook in Amsterdam. Op 7 mei vuurt de Kriegsmarine op een menigte die te vroeg feest viert op de Dam. Er vallen 32 slachtoffers. Pas de dag erna trekt het Canadese Leger de hoofdstad binnen. Mensen klimmen juichend op de legervoertuigen. Vaak zijn het jonge vrouwen die veel voor de bevrijders van allerlei landen en kleuren voelen. Omgekeerd geldt hetzelfde, hoe kort dat vaak ook duurt. Er komt een liedje van: ‘Trees heeft een Canadees’.
Foto: Canadese soldaat op een bepantserde verkenningswagen op de Beukenweg in Amsterdam (8 mei 1945). © Anefo, Nationaal Archief.



Mohamed V, Roosevelt en Churchill in Casablanca: Tussen 1912 en 1956 is Marokko een ‘protectoraat’, een soort kolonie. Spanje ‘beschermt’ het stuk aan de Middellandse Zee, Frankrijk bijna al het overige gebied. De sultans, sinds 1927 Mohamed ben Youssef, zijn hoofd van de (moslim-) gelovigen en op papier ook hoofd van de staat. In mei-juni 1940 wordt Frankrijk door nazi-Duitsland verslagen en in tweeën gedeeld. De zuidelijke helft en de Franse kolonies worden geen bezet gebied, maar komen onder het ‘neutrale’ bewind van generaal Pétain met als hoofdstad Vichy.
Het Vichy-regime is niet in staat het Franse koloniale bestuur overal te controleren, ook niet in Marokko. Wel worden er strenge anti-Joodse wetten ingevoerd die door het staatshoofd ondertekend worden. Van deportatie van Joden is in de koloniën overigens geen sprake. Maar wanneer begin november 1942 de Engels-Amerikaanse invasie van Noord-Afrika plaats vindt, onder andere bij Casablanca, kan Vichy weinig doen. Het Franse bestuur gaat zich langzaam maar zeker op de Geallieerden richten en kan bijvoorbeeld generaal De Gaulle, de aanvoerder van de Vrije Fransen, de toegang tot Marokko niet weigeren. Mohammed V ziet meer kansen voor de onafhankelijkheid van zijn land. Zeker wanneer de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill na de geslaagde invasie voor Casablanca kiezen om een conferentie te houden over de verdere planning van de oorlog (14-24 januari 1943).
Mohamed V dient als gastheer en organiseert in hotel Anfa een maaltijd voor nader overleg met Churchill en vooral de antikoloniale Roosevelt. Deze steunt zijn streven naar zelfstandigheid. Het verbaast dan ook niet dat tussen 1943 en 1945 een groot aantal Marokkaanse tirailleurs, spahis en deze keer ook goumiers deelnemen aan de veldtocht van de Geallieerden. Die begint in Tunesië, steekt over naar Italië en Frankrijk en eindigt in Duitsland (Hitlers chalet Berghof). Andere Marokkaanse eenheden zijn betrokken bij de invasie in Normandië en de bevrijding van Parijs. De schatting van het aantal Marokkaanse soldaten in deze periode loopt uiteen van 40 tot 75 duizend. Daarmee komt het totale aantal Marokkaanse deelnemers aan de Tweede Wereldoorlog op 110 tot 165 duizend manschappen.
Foto: sultan Mohamed V, president Roosevelt en premier Churchill in hotel Anfa in Casablanca (22-1-1943). Bron: Wikimedia.



Marokkaans graf in Kapelle, Zeeland: Wanneer het Duitse leger op 1 september 1939 Polen binnenvalt, verklaren het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de oorlog aan nazi-Duitsland. De sultan van Frans Marokko, Sidi Mohamed ben Youssef, volgt hun oorlogsverklaring op dezelfde dag. Zijn brief van 3 september wordt in alle moskeeën voorgelezen: ‘Vanaf vandaag, nu de vlammen van oorlog en agressie laaien, tot de dag dat onze vijanden zich met vernedering en verlies terugtrekken, moeten we de Franse staat al onze steun verlenen.’ Het is in feite een oproep tot dienst nemen in het Franse leger. Daarin bestaan sinds 25 jaar naast Algerijnse, Tunesische en West-Afrikaanse ook Marokkaanse eenheden. Het zijn regimenten van infanteristen (tirailleurs) en cavaleristen (spahis) en ‘tabors’ van guerillastrijders (goums). De eerste twee vechten in het Franse leger dat tussen 10 en 15 mei 1940 in Zuid-Nederland, maar vooral in België en Noord-Frankrijk de Duitse aanval probeert te stoppen. Hun aantal wordt op 70- tot 90.000 geschat. Bij de rampzalige veldslag van Gembloux, 50 km onder Brussel, verliezen de regimenten tirailleurs, de meesten uit Marrakech en Meknes, 20 tot zelfs 50 procent van hun manschappen. Anders gaat het in het Franse La Horgne, onder Bouillon, waar de spahis zonder grote verliezen twee dagen lang een Duitse pantsergroep tegenhouden. Maar het nazi-leger stoot door en eind mei worden 340.000 Britse, Belgische en Franse militairen vanuit Duinkerken geëvacueerd naar Engeland. Daarbij vallen door beschieting, explosies en verdrinking duizenden slachtoffers. El Achir ben Bouali, soldaat 2e klasse van het 7e Regiment van Marokkaanse Tirailleurs (RTM), verdrinkt er op 22 mei. Zijn lichaam spoelt op 27 juli 1940 aan bij Zandvoort waar hij op de Algemene Begraafplaats ter aarde wordt besteld. Ruim negen jaar later worden zijn stoffelijke resten overgebracht naar de Franse begraafplaats in het Zeeuwse Kapelle. Daar liggen twintig Noord-Afrikaanse militairen met hetzelfde lot, de meesten Marokkaan. In 2021 maakt de schrijver Abdelkadir Benali de podcast ‘De soldaat van Zandvoort’ over Bouali.
Foto © Pim Ligtvoet: graf El Achir ben Bouali op de Franse begraafplaats in Kapelle (G -1-12).

Voor meer informatie zie Marokko op deze website.

Duizenden soldaten, ook tirailleurs en spahi’s, worden door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Een klein deel van hen wordt in 1943-1944 gedwongen in Nederland aan de kustverdediging te werken, de Atlantikwall. Onder hen is Louis Marzouqui. Hij leert de Vlissingse familie Van Dijk kennen en ook hun dochtertje Marga (9). Een foto van hem staat in haar poëziealbum.
Foto: Louis Marzouqui (1944). Bron: TV-programma Bureau Marokko (Vara 23-10-2014)

 




Poolse bevrijders, Breda: Na de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wordt Polen beschouwd als de Geallieerde met de grootste militaire bijdrage aan de oorlog tegen de nazi’s. Die inzet op land, op zee, in de lucht en op het gebied van de geheime dienst is groot, en geldt zowel het Oosten van Europa binnen het leger van de Sovjet-Unie als het Westen in vooral het Britse leger. De Tweede Wereldoorlog zelf begint ook in Polen. Want zonder enige aanleiding trekt het Duitse leger op 1 september 1939 de Poolse grens over en bezet de helft van het land. De Sovjet-Unie, dan nog bondgenoot van nazi-Duitsland, doet vanaf 17 september hetzelfde met de andere helft; ook deporteert het rond 1,5 miljoen Poolse burgers voor dwangarbeid en bezet de Baltische Staten. De Poolse regering gaat in ballingschap, eerst in Roemenië, dan in Parijs en na de Franse nederlaag in Londen. Van daaruit worden de Poolse strijdkrachten in het Westen geformeerd, nu voor de strijd om Groot-Brittannië, Zuid- en West-Europa. Vanaf midden september 1944 vechten de Polen met het 1e Canadese Leger voor de bevrijding van Nederland. De 1e Poolse Pantserdivisie onder Generaal Majoor Stanislaw Maczek is de eerste eenheid die de Belgisch-Nederlandse grens oversteekt (16 september) en ondanks heftige Duitse tegenstand door weten de stoten naar Terneuzen. In Brabant maken de ‘Zwarte Duivels’ een zware veldtocht van Baarle-Nassau naar Moerdijk (9 november). Poolse parachutisten nemen deel aan de slag om Arnhem (17-25 september) en Poolse tanks helpen vanaf eind maart 1945 Oost- en Noord-Nederland te bevrijden. Maar Breda is de stad waar hun herinnering het sterkste leeft. De 1e Poolse Pantserdivisie verlost de stad op 29 oktober 1944 van de Duitse bezetting, zonder dat er slachtoffers vallen. Generaal Stanislaw Maczek (102) wordt er in 1994 naar eigen wens begraven op het Poolse ereveld.
Foto: de 1e Poolse Pantserdivisie trekt door de Nieuwe Ginnekenstraat, Breda (28-10-1944). Bron: Stadsarchief Breda.



Sovjetsoldaten op de Reichstag: De Sovjet-Unie is in de eerste jaren van de oorlog een kameraad van nazi-Duitsland, geen Geallieerde. Dat gaat veranderen wanneer Hitler en zijn oostelijke bondgenoten het enorme land, inclusief de bezette Baltische Staten, op 22 juni 1941 van verschillende kanten binnenvallen. De Wehrmacht komt in december 1941 tot vlak bij Moskou. Maar de strenge winter, grote problemen met de bevoorrading en de weerstand van Rode Leger en bevolking maken de verovering van de hoofdstad onmogelijk. De Sovjets breiden intussen hun legers uit met grote aantallen rekruten uit van alle delen van de Unie en voeren de productie van hoogwaardige tanks in hoog tempo op. Dat leidt in januari-februari 1943 tot een beslissende nederlaag van het Duitse leger bij Stalingrad (Wolgograd). Daardoor komt het tot militaire samenwerking met de Westerse machten en wordt de Sovjet-Unie een Geallieerde.
Het zijn de nederlagen van de Duitse legers aan het Russische ‘Oostfront’, en niet de Westerse invasie in Normandië, die de ondergang van nazi-Duitsland beslissen. Daarbij lijdt de Sovjet-Unie het veruit grootste verlies aan mensenlevens: 20 tot 25 miljoen doden. De helft daarvan zijn burgers. Er ontstaat ook rivaliteit tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Wie deelt na de oorlog de lakens uit in Europa, in de wereld? Dat is te zien op de foto. Want vanaf 15 januari 1945 maakt Sovjetdictator Stalin haast om met drie legers van bij elkaar 2,5 miljoen manschappen als eerste de Duitse hoofdstad te bereiken. Dat lukt tegen een hoge prijs. Bij de slag om Berlijn vallen 80-100.000 Sovjetsoldaten, een groot maar onbekend aantal Duitse militairen, waaronder jongens van de Hitlerjeugd, en 125.000 burgers.
Tijdens de hele oorlog zijn, tegen de verboden in, vrouwen van alle leeftijden door militairen verkracht, zeker ook door Duitse troepen in Rusland. Bij de slag om Berlijn was dit extreem. Men schat dat hier 100.000 vrouwen door Sovjettroepen slachtoffer van verkrachting zijn geworden.

Foto: Russische militairen zwaaien op 2 mei 1945 met de Sovjetvlag boven de verwoeste Reichstag (Parlement) in Berlijn. Wikimedia.
Deze beroemde foto werd genomen door de Joodse Oekraïner Yevgeny Khaldei. Geïnspireerd door het twee maanden oude beeld van Amerikaanse militairen met hun vlag op het Japanse eiland Iwo Jima, droeg hij altijd een Sovjetvlag bij zich. Degene die hiermee op de Rijksdag zwaait is de 18-jarige Oleksii Kovalov uit Burlin, Kazachstan. De sergeant onder hem is Abdulhakim Ismailov uit Dagestan. Deze draagt aan beide polsen een horloge. Khaldei moest dat aan zijn rechterpols weghalen, omdat twéé horloges aan plundering zou kunnen denken. Voor extra drama voegde hij rook toe.



Vrede: Adri Haring op de plek van het Sierplein Adri Haring (1934) woont in de oorlog bij het Amsterdamse Mercatorplein. Tussen 2 en 7 mei 1945 gooien Amerikaanse bommenwerpers voedselpakketten uit boven Schiphol. Die worden over de hongerende stad verdeeld. Maar onderweg daarheen komen ook wel kleinere pakketjes naar beneden. Zelf maakt Adri het mee als hij met de klas op het dak van de Broederschool aan de Cabralstraat naar de overkomende vliegtuigen staat te zwaaien. Daar komt een pakketje aan – jammer, het valt in de tuin van de buren. Maar de vader van Adri lukt het wel om zo’n pakketje te pakken te krijgen als hij in een bootje eenden- en kievitseieren gaat zoeken in de polders onder Amsterdam. Het valt in een sloot op de plek die nu het Sierplein is. Vader Haring hoopt op kauwgum en sigaretten, maar er zit eierpoeder in. Dat had hij eigenlijk al.
Op dezelfde plek wordt twee jaar later een foto met zijn zoon Adri genomen.
© Foto: Adri Haring en tuinder Johan Sickmann op de plek van het huidige Sierplein (1947). Coll. Adri Haring/ Stichting De Driehoek, zie Pim Ligtvoet, In de schaduw van de oorlog. 1940-1945 in de polders van Nieuw-West. Amsterdam 2015 p. 174.

© 2023 Bevrijding Intercultureel