Is het kader met afbeeldingen rond dit frame NIET zichtbaar: klik hier

Reageer op deze site!
Marokko in WO II

                                            

NIEUWS: Elf graftekens in Kapelle vernield

Volgens de Provinciale Zeeuwse Courant van 13 september 2009 zijn twee van de elf grafmonumenten die recent op het Franse oorlogskerkhof in Kapelle werden vernield van Marokkaanse militairen. Eén graf had een Davidsster, die ontvreemd is, alle andere droegen kruisen. Omdat slechts twee van de 21 Noord-Afrikaanse (en 1 Syrische) gesneuvelden in Kapelle christen waren, is bekend om welke graven het gaat. Het zijn de graven van Elie Benazech en Weddiden. Deze bevinden zich niet in de vakken A, G en H, waar de islamitische graftekens staan, maar in de met kruisen getooide Franse vakken. De naam van Benazech ontbreekt op het monument, die van Weddiden staat onderaan de algemene lijst, net boven de groep Algériens-Marocains.
Elie BENAZECH, Noord-Afrikaans, begraven in het Franse vak D. Kwartiermeester (Maréchal de Logis). Overleden op 22-05-1940 in Schoondijke (Zeeuws-Vlaanderen). Op 25-08-1949 van de Algemene Begraafplaats (R.K. Afdeling) aldaar overgebracht naar Kapelle (D-2-1). Naam niet op monument.
WEDDIDEN - Marrokaans, begraven in het Franse vak C. Militair 11de Régiment Maroccain - FA, 7de Compagnie. Vermoedelijk verdronken tijdens een krijgsgevangenentransport met het schip Rhenus, dat bij Willemstad op een mijn liep. Zijn lichaam spoelde aan bij Gorkum, waar het op 20-06-1940 werd begraven. Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (C-3-7). Naam op monument bij de Franse groep als Waddiden.




Artikel: NRC 14 september 2009


Najiba Abdellaoui Nederlands kampioen slam-dichten

Najiba Abdellaoui, die een aangrijpend gedicht schreef over de Marokkaanse militairen die meevochten in de Tweede Wereldoorlog, 'Ik heb gekeken en ik heb gezien' (zie hieronder), heeft op 12 december 2008 in Utrecht het Nederlands kampioenschap Poetry Slam gewonnen. Zij werd door de jury geprezen vanwege haar "virtuoze taalbehandeling" (zie www.najibaabdellaoui.nl). De slam-wedstrijd werd voor het zevende jaar gehouden. Slam-dichters strijden met elkaar voor een publiek dat, vaak met behulp van een jury, de beste kiest. Najiba zal Nederland vertegenwoordigen bij het World Slampionship in Parijs.



Ik heb gekeken en ik heb gezien

Ik heb gekeken en ik heb gezien
Velen hebben er gekeken, weinig hebben er gezien
Ik heb gekropen over kades
bevochten door gekruide scherven, onverstoord
Ik heb zilte druppels geproefd en de zwartste klanken gehoord

Ik heb de zon wit zien schijnen in een droom
begeleid door het zuiverste orkest
het klonk echter vals,
de droom bleek niet de mijne
maar enkel een vondeling in een verlaten nest

Ik heb vlaktes in ravijnen zien veranderen,
rivieren in moerassen, rottend als verbroken beloftes
die nog niet door tijd zijn uitgewist
Ik heb de maan zichzelf zien wassen in rook
en stralen door een grijze mist

Ik heb afscheid genomen van de sterren op het moment van minst vertrouwen
Wensend dat ik hun ware aard kon raden, hielden zij mijn blik gevangen in de kiem
Ik heb met blote handen hoop uit ijzer gehouwen
Een toekomst wevend uit losse draden van alle regenboogkleuren die ik heb verdiend

Ik heb de zee omarmd toen wij hem voor het eerst betraden
Maar als snel kwam het verlangen
naar de meergranen,
De groene olie, het vluchtige zand
Ik ben een leeuw geweest, een panter, een kat.
De mysterieuze strijder uit Carthago
die naar de horizon tuurde als naar een onbeschreven blad

Maar voor- al heb ik beleefd
Ik heb immers gekeken en ook gezien…

En nu kom jij bladeren in het verleden dat jou heden waarde geeft
Zorg echter dat het het waard was, de winst, het verlies
dat dit kleed niet voor niets aan mij kleeft
Verweef mijn herinnering met de jouwe
Voor en na 2005, 7, 10…

Kijk niet alleen maar zie

Najiba Abdellaoui, bij de opening van de expositie over Marokkaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog op 24 maart 2005.


Noord-Afrikaanse slachtoffers in Nederland


18 militairen aangespoeld in Schiermonnikoog, Ameland, Vlieland, Texel, Den Helder, Castricum, Heemskerk, Zandvoort, Wassenaar, Brielle, Gorkum, Scharendijke, Vlissingen (juni-september 1940).
3 Militairen overleden in Maastricht (juni-september 1940), 1 in Schoondijke (mei 1940), 1 in Amersfoort (oktober 1943) en 1 Syriër gesneuveld bij Assen (april 1945).

Onderliggende kaart: www.wilvital.com

A = Algerijns
M = Marokkaans
S = Syrisch
? = onbekend
NAAM BIJZONDERHEDEN
Hassan Ben ABDALLAH - M
Geb: ? Militair 7de Regiment des Tirailleurs Marocains (RTM).
Aangespoeld in de zomer van 1940 op het eiland Vlieland. Op 29-07-1949 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (H-3-4). Naam niet op monument.
Mohamed Ahmed Ben ABDEL KADER - M
Geb: 1904, indertijd wonende te Saint Dic (F). Korporaal-sergeant 2e kl. 3de RTM, nr. 6851.
Aangespoeld op 28-06-1940 op het eiland Ameland (Ballum). Op 16 aug. 1949 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (H-2-3). Naam op monument als Ahmed Ben Abdelkader (8).
Nadere informatie van Jurjen de Boer (aug. 2006). Zie Strijders, onderdrukkers, bevrijders; Fryslân in de oorlog. J. Kooistra, 2005
Mohamed ben ABDESSELEM - M


Geb: ? Aangespoeld bij Wassenaar op 30-07-1940. Op 10 aug. 1949 van Begraafplaats 'Het Lange Duin' overgebracht naar Kapelle (A-1-2). Naam op monument als Mohamed Abdesselen (17).
Tegelijkertijd spoelde aan sergeant Jean Paul Hauttecoeur. Met paard en wagen van schelpenvisser Kortekaas werden de lichamen overgebracht naar het politiebureau van Wassenaar en op 1 aug. 1940 ter aarde besteld op de oorlogsbegraafplaats Het Lange Duin aan de Schouwweg (vgl. Salch ben Ski, oorlogsbegraafplaats Schiermonnikoog). Een Duitse geestelijke sprak enkele gebeden uit en een officier plaatste een krans met de Franse kleuren. Een groep Duitse soldaten gaf tot slot drie salvo's af over de open graven Bron: Wassenaar in Tweede Wereldoorlog 1995, p. 539). Op beide graven stond een houten kruis met de woorden 'ici repose' ('hier rust') en de naam met het legeronderdeel. Bij Abdesselem staat als onderdeel en nummer SSRI Maroc P. 2680. RI betekent Régiment Infanterie. De begraafplaats heeft van 1940 tot 1982 bestaan.
Bijzonderheden Wassenaar: Kees Neisingh (maart 2006); foto: J. Krom (via K.N.)
Messaoud ben AHMED - M
Geb: ?
Aangespoeld in juli/augustus 1940 bij Den Helder. Op 07-07-1949 van de Militaire Begraafplaats Huisduinen overgebracht naar Kapelle (A-1-1). Naam niet op monument.
Mohamed ben ALI AHMED - ?
Geb: ? Sergeant.
Aangespoeld op 29-07-1940 bij Heemskerk. Vóór mei 1950 van het Protestants Kerkhof aldaar overgebracht naar Kapelle (H-1-2). Naam op monument als Mohamed Ben Ahmed (15).
Dilmi AMOUR - A?
Geb: 20-06-1907. Soldaat 13de RTA.
Overleden: 04-06-1940 in Maastricht. Op 23-08-1949 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (A-2-2). Naam op monument als Dilmi Aimour (5).
Ahmed ben BELKACEM - M
Geb: ?
Aangespoeld eind juli 1940 op het eiland Ameland. Vóór mei 1950 van het Rooms-Katholiek Kerkhof in Nes overgebracht naar Kapelle (H-2-2). Naam op monument als Ahmed Ben Abdelkacem (9).
Elie BENAZECH - ?

foto: ing. Piet Stroo, gemeente Kapelle
Geb: ? Kwartiermeester (Maréchal de Logis).
Overleden op 22-05-1940 in Schoondijke (Zeeuws-Vlaanderen). Op 25-08-1949 van de Algemene Begraafplaats (R.K. Afdeling) aldaar overgebracht naar Kapelle (D-2-1). Naam niet op monument.
El Achir ben BOUALI - M
Geb: ? Miltair 7de RTM.
Aangespoeld in juli 1940 bij Zandvoort. Op 09-09-1949 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (G-1-12). Naam niet op monument.
Mohamed ben BRAHIM - M
Geb: 1901. 7de RTM C.3564.
Aangespoeld op 27-07-1940 op de Waddeneilanden. Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats Harlingen overgebracht naar Kapelle (H-1-1). Naam op het monument (14)
Larbi ben BOUASSA - M?
Geb: ? Militair 3de Bon. 7 RI.
Aangespoeld op 21-08-1940 bij Brielle. Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (A-1-3). Naam op monument als Larbi Ben Benazza (16).
Abouad ben CHERKI - M
Geb: ? 7de RTM.
Aangespoeld op 28-07-1940 op het eiland Ameland. Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats Hollum overgebracht naar Kapelle (H-2-1). Naam op monument als Ahmed Ben Aberki (10).
Mohamed ben DAHAN - M?
Geb: ?
Aangespoeld op 02-08-1940 op het eiland Ameland. Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats Hollum overgebracht naar Kapelle (H-3-1). Naam op monument als Mahomed Ben Dohan (11).
Moktar ben DJILLATI - M
Geb: ? Sergeant 1ste RTM. P63-1935.
Aangespoeld eind juli 1940 op het eiland Texel (kilometerpaal 24). Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats Den Burg overgebracht naar Kapelle (H-3-2). Naam op monument met toevoeging St (sergeant) (6).
Haddadi HAMOU - A
Geb: 1915 in Donar Drameta, Berrigotville (Constantine, Algerije). Militair 11de RTA.
Als Krijgsgevangene (P.G.) op 01-10-1943 in Amersfoort overleden en begraven op het militaire deel van de Algemene Begraafplaats 'Rusthof' te Oud-Leusden. Op 5 mei 1949 overgebracht naar Kapelle (H-1-3): 2de islamitische vak, rij 1. Naam op monument als Hadadi Hamon.
Asem IBRAHIM - S
Geb: 1901. Soldaat 1e klasse (006721), parachutist (3/RCP).
Gesneuveld op 09-04-1945 bij Assen, in het kader van de operatie Amherst. Het regiment kreeg een Nederlandse onderscheiding voor dapperheid. Een gedenkplaat voor hem en 5 collega's is aangebracht op een schuur in Assen-Zijerveld. Op vermoedelijk 19-07-1949 van de Zuider Algemene Begraafplaats Assen overgebracht naar Kapelle (A-3-1). Naam op monument als Azem Ibrahim (13). Voor meer informatie zie bijlage.
Ben Allal ben KESSOU - M
Geb: 1920 in Zimour Caid. Militair 64e RAA (Haadou 48.1939. T.2 1625).
Overleden op 18-09-1940 in Maastricht. Op 23-08-1949 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (A-2-3). Deze naam staat op het grafteken. Op het monument in Kapelle staat abusievelijk: Abdel Kassan (4).
Ahmed ben KORCHI - ?
Geb: ? Militair 31ste Genie.
Aangespoeld bij Scharendijke (Schouwen-Duiveland). Na de oorlog met vele Britse gesneuvelden van de Militaire Begraafplaats Haamstede vervoerd naar het British War Cemetery in Bergen op Zoom. Vandaar vóór mei 1950 overgebracht naar Kapelle (A-3-3). Naam op monument als Ahmed Ben Karchi Ben Ahmed (18).
Ahmed ben LASKI - M?
Geb: ?
Aangespoeld op 23-07-1940 in het Eierlandse Gat op het eiland Texel. Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats Den Burg overgebracht naar Kapelle (H-3-3). Naam op monument (7).
Abdel MALEK - ?
Geb: ?
Aangespoeld op 12-08-1940 bij Vlissingen. Vóór mei 1950 van de Noorderbegraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (A-3-2). Naam op monument als Ab del Malek (1).

Brahamin ben MOHAMED - M?
Geb: ?
Aangespoeld op 31-07-1940 bij Castricum. Aldaar voorlopig in de duinreep begraven. Vóór 5 november 1940 in zee verdwenen. Niet in Kapelle. Naam op monument (3).
Husein MOHAMED - ?
Geb: ? Militair 12837.
Overleden op 15-06-1940 in Maastricht. Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (A-2-1). Naam op monument (19).
Salch Ben SKI - M

foto: Piet Huisman, gemeente Schiermonnikoog

Geb: ? STR Maroc.
Aangespoeld op 28-08-1940 op het eiland Schiermonnikoog en aldaar begraven op het Oorlogskerkhof Vredenhof. Niet in Kapelle. Naam op het monument in Kapelle als Salch Siki (12).
WEDDIDEN - M

foto: ing. Piet Stroo, gemeente Kapelle
Geb: ? Militair 11de RM - FA 7de Cie.
Vermoedelijk verdronken tijdens een krijgsgevangenentransport met het schip Rhenus, dat bij Willemstad op een mijn liep. Zijn lichaam spoelde aan bij Gorkum, waar het op 20-06-1940 werd begraven. Vóór mei 1950 van de Algemene Begraafplaats aldaar overgebracht naar Kapelle (C-3-7). Naam op monument bij de Franse groep als Waddiden.
Foto's graven tenzij anders vermeld: Pim Ligtvoet

Toelichting bij 24 namen

De heer J.A. Hey (Hengelo) heeft op persoonlijk initiatief in de jaren 1970-2000 onderzoek gedaan naar in Nederland begraven militairen met een niet-Nederlandse nationaliteit, onder wie de Franse militairen uit de jaren 1940-1945. Op basis van zijn gegevens, de informatie op de graven en aanvulling door onder meer Ad van den Oord, komen we tot de volgende analyse.

24 namen met en zonder graven, met en zonder monument
  1. Op de door Hey samengestelde lijst staan 595 namen van Franse militairen; 24 van hen zijn leden van Noord-Afrikaanse eenheden of moslim. Er zijn overigens ook andere nationaliteiten vertegenwoordigd, zoals de Poolse.
  2. Veel Franse gevallenen, en 22 van de voornamelijk Noord-Afrikaanse groep, zijn na de oorlog definitief begraven in Kapelle (Zuid-Beveland) op de Franse Militaire begraafplaats. De lichamen van de meeste Franse militairen zijn na de oorlog echter niet in Kapelle gebleven of daarheen gebracht, maar naar Frankrijk teruggevoerd. Er blijven 229 graven over, waaronder ruim honderd met het opschrift 'non identifé', niet geïdentificeerd. Daaronder kunnen ook Noord-Afrikanen en/of moslims zijn.


    Begraafplaats Kapelle. Foto: NRC, Evelyne Jacq.

  3. Op het door de Nederlandse vereniging 'Souvenir Français' in mei 1950 onthulde monument te Kapelle staan, in goudkleurige letters, bijna 600 toen bekende namen van gesneuvelde militairen. Het onderzoek van Hey toonde aan dat er dubbele namen bij staan, terwijl andere namen ontbreken.
  4. Van de Noord-Afrikaanse groep ontbreken vier namen op het monument: de twee Marokkaanse tirailleurs (7e RTM) Hassan ben Abdallah en El Achir ben Bouali, Messaoud ben Ahmed en kwartiermeester Elie Benazech. Hun graven zijn wel in Kapelle. Van twee anderen wordt de naam vermeld, maar zijn de graven niet in Kapelle. Salch ben Ski ligt begraven op het oorlogskerkhof 'Vredenhof' in Schiermonnikoog, dat al tijdens de Eerste Wereldoorlog werd opgericht. Van Brahamin ben Mohamed is het graf op het strand van Castricum nog tijdens het jaar 1940 in zee verdwenen.


    Begraafplaats Vredenhof, Schiermonnikoog
    foto: Piet Huisman, gemeente Schiermonnikoog

  5. Van de in totaal 24 geïdentificeerde Noord-Afrikaanse en Arabische militairen die in Nederlandse grond begraven zijn, staan aldus twintig namen, soms met een iets andere schrijfwijze, op het monument vermeld. 19 Als groep bij elkaar onder een halve maan en het niet geheel juiste opschrift Algériens - Marocains. 1 Naam, die van krijgsgevangene Weddiden, aan het eind van de tweede Franse groep; hij was vermoedelijk Fransman. 22 Personen hebben hun graf in Kapelle, 1 in Schiermonnikoog, 1 in zee.

    Marokkaans, Algerijns, Syrisch, niet-moslim, onbekend

  6. Van de 24 Franse militairen met Arabische namen, zijn er vermoedelijk 13 van Marokkaanse, 2 van Algerijnse en 1 van Syrische origine. De acht anderen kunnen nog niet nader worden geïdentificeerd.
  7. Zeven personen behoorden tot het regiment van Marokkaanse tirailleurs (RTM): Moktar ben Djilati (sergeant 4e regiment), Mohamed ben Abdel Kader (korporaal en chef 3e reg.), Hassen ben Abdalla (7e), Ahmed ben Abdelkacem (263e), El Achir ben Bouali (7e), Mohamed ben Brahim (7e), Abouad ben Cherki (7e). Zij zijn allen begraven in het tweede islamitische vak (H). Twee andere militairen liggen elders. De Fransman Weddiden behoorde tot een ander Marokkaans regiment (Régiment Marocain 11e FA - Forces Auxilliaires); zijn graf is in het Franse vak C. Volgens de lijst van de begraafplaats 'Vredenburg' in Schiermonnikoog behoorde ook Salch ben Ski tot een Marokkaans regiment (STR Maroc). Deze negen zijn dus hoogstwaarschijnlijk van Marokkaanse origine.
  8. Twee personen behoorden tot het Régiment Tirailleurs Algériens (RTA): Haddadi Hamou, met een Algerijnse geboorteplaats (11e) en Amour Dilmi (13e). De laatste is begraven in het eerste islamitische vak, A.
  9. In vak A zijn ook de andere vijf slachtoffers begraven van wie het legeronderdeel bekend is: Mohamed ben Abdesselem (Régiment Infanterie, Maroc), de Syrische parachutist Ibrahim Asem (3e RCP), Larbi ben Bouassa (Régiment Infanterie), Ben Allal Ben Kessou (64e Régiment d'Artillerie Africaine) en Ahmed Ben Korchi (31e Génie). Van Ben Kessou is een Marokkaanse geboorteplaats bekend: Zimour Caid (1920). Van Larbi ben Bouassa doet de naam vermoeden dat hij Marokkaan was. Dat geldt ook voor Mohamed ben Dahan. Van deze groep waren dus vermoedelijk vier personen Marokkaans.
  10. Van de acht overigen, Messaoud ben Ahmed, Mohamed ben Ali Ahmed, Elie Benazech, Ahmed Ben Korchi, Ahmed ben Laski, Abdel Malek, Brahamin ben Mohamed en Husein Mohamed is de origine nog onbekend. Ben Ali Ahmed, ben Laski en ben Mohamed liggen begraven in vak H, waar alle Marokkaanse tirailleurs liggen.
  11. Van twee van deze groep zijn militaire bijzonderheden bekend: Mohamed ben Ali Ahmed was sergeant. Elie Benazech, begraven in het Franse vak D, had de functie van Maréchal de Logis (kwartiermeester).
  12. Weddiden en Elie Benazech hebben een kruis op hun graf. Elie Benazech was katholiek. Volgens Sami Kespi van de Stichting Maimon zijn velen van de 24 militairen oorspronkelijk (12e tot 15e eeuw) van joodse origine.

    Verdronken, krijgsgevangen, gewond/ziek, gesneuveld

  13. Zeventien van de 24 Noord-Afrikaanse en Arabische militairen zijn in de loop van juli en augustus 1940 aangespoeld op de Nederlandse kust, vooral op de Waddeneilanden, maar ook in Zeeland, Zuid- en Noord-Holland (zie kaartje). Het betrof militairen die betrokken waren bij de evacuatie van rond 200.000 Engelse en 140.000 Franse troepen uit Boulogne, Calais en vooral Duinkerken naar het Engelse Dover. De 'Operatie Dynamo', vanuit Duinkerken, vond officieel plaats tussen 26 mei en 4 juni 1940. De geallieerde troepen waren ingesloten door de Duitsers en werden, met hun schepen, bestookt door vliegtuigen (de 'Luftwaffe') en soms de kustbatterij. De Britse marine schat het aantal gesneuvelden bij deze evacuatie op 8100 Britten en 1300 anderen. Vanwege de relatief lage verliezen vanuit een militair hopeloze situatie, sprak met al gauw over 'het wonder van Duinkerken'.
  14. Van de 848 schepen die aan de evacuatie deelnamen, werden er 72 door de nazi's tot zinken gebracht. Daarnaast gingen 163 meest kleine vaartuigjes in de golven verloren. Zeker 8 Franse schepen werden uitgeschakeld: Duitse jachtbommenwerpers bombardeerden op 21 mei bij Duinkerken destroyer 'Adroit'', op 23 mei bij Boulogne de 'Orage' en bij Malo-les-Bains de 'Jaguar'. Op 24 mei werd destroyer 'Chacal' bij Cap d'Alprecht door een kustbatterij getroffen en op 30 mei bij Nieuwpoort de 'Bourrasque'. Op 31 mei en 1 juni brachten Duitse vliegtuigen voor Duinkerken de 'Sirocco' en de 'Foudroyant' tot zinken. Daarnaast liep het vrachtschip 'Douasien' met duizenden opvarenden op 28 mei bij Duinkerken op een magnetische mijn.
  15. Eén militair, de Marokkaan Weddiden, werd in juni 1940 bij Gorkum in de rivier gevonden; hij was vermoedelijk als krijgsgevangene uit België aan boord van het binnenvaartschip Rhenus, dat op weg naar Duitsland bij Willemstad op een mijn liep.
  16. De zes overige Noord-Afrikaanse gesneuvelden stierven op het land. Drie van hen in de zomer van 1940 in een ziekenhuis te Maastricht, waarheen zij als gewonde krijgsgevangenen uit België of Noord-Frankrijk waren overgebracht: de Algerijn Amour Dilmi (juni), de Marokkaan Ben Allal ben Kessou (september) en de heer Husein Mohamed (juni). Een ander vond zijn graf al op 22 mei 1940 om vermoedelijk dezelfde reden in Schoondijke (Zeeuws-Vlaanderen): kwartiermeester Elie Benazech. De Algerijn Haddadi Hamou tenslotte was krijgsgevangene in Amersfoort en stierf daar op 1 oktober 1943.
  17. Eén militair sneuvelde later in de oorlog. De Syrische parachutist Ibrahim Asem kwam in april 1945 om het leven bij Assen. Het 2e en 3e regiment Chasseurs Parachutistes was bij de bevrijding van Noord Nederland achter de Duitse linies afgesprongen. Het maakte onderdeel uit van de Engelse SAS, Special Air Service. Hun vaandel kreeg na de oorlog de Nederlandse militaire onderscheiding de Bronzen Leeuw, voor bewezen dapperheid.
  18. Volgens een Marokkaanse getuige die op 16 mei 1940 met zijn eenheid van 34 Noord-Afrikanen en het 271e Régiment Infanterie deelnam aan de strijd rond het Zeeuwse Kapelle, sergeant Moughit ben Daoud, verloren toen 12 Noord-Afrikanen het leven. Van hen zijn geen graven in Nederland bekend. Hun namen komen niet voor op het monument, noch op de lijst met de 84 bij Kapelle gesneuvelde en begraven militairen van de heer Hey.

De Koninklijke Landmacht zou van het onderzoek van de heer Hey een publicatie maken. Dit voornemen is echter niet uitgevoerd. Ook de Gemeente Kapelle vond het niet op haar weg liggen de gegevens te publiceren. De heer Hey heeft toen besloten alle informatie, fotoseries en krantenknipsels van zijn onderzoek aan het Zeeuws Archief in Middelburg te schenken. Dit heeft een deel van de gegevens in het gemeentearchief van Kapelle ondergebracht. De voornaamste bron van zijn onderzoek vormde het na-oorlogse archief van het Nederlandse Rode Kruis. Dit is gecompleteerd met Nederlandse gemeentearchieven en Franse rapporten van gerepatrieerde militairen. Graven van Franse militairen werden na de oorlog aangetroffen in 120 Nederlanse gemeenten.


Marokkaanse soldaten in Vlissingen (foto: NIOD / Albert Meerholtz)

Impressie herdenking Kapelle

Foto's: Pim Ligtvoet, 17 mei 2005

Marokkaanse krijgsgevangenen en vluchtelingen in Zeeland

In de begindagen van de Duitse aanval op Nederland, België en Frankrijk, midden mei 1940, streed de Eerste Marokkaanse divisie (17.000 soldaten) tussen Leuven en Namen in de Dijle-stelling. 20% - 50% van de regimenten Marokkaanse Tirailleurs (RTM) verloor hier op 14 en 15 mei het leven. Opgenomen in een Frans infanteriecorps streed op 16 mei vermoedelijk een Marokkaanse eenheid op Nederlandse bodem, in Kapelle, ter verdediging van Zuid-Beveland en Walcheren. Zeeland was van de Nederlandse capitulatie op 14 mei 1940 uitgesloten. In de Franse Ardennen bij La Horgne hield de Marokkaanse cavalerie, de Spahis, een dag lang de Duitse tanks tegen; 700 Spahis sneuvelden.
Ongeveer vierduizend Marokkaanse militairen ontsnapten via Lille naar Duinkerken, vanwaar zij naar Engeland werden geëvacueerd of in zee raakten (operatie Dynamo). De meeste niet-gevallen Marokkaanse militairen werden echter krijgsgevangen gemaakt. Bij hen kwamen ook de troepen die begin juni 1940 uit Engeland terugkeerden en op 18 juni in de handen van de Duitsers vielen. Van deze Marokkaanse krijgsgevangenen zijn er enkelen in Nederland ingezet om aan de kustverdediging te werken. In Zeeland waren zij onder andere ondergebracht in Borssele (zie Hans Warren, geheim Dagboek, deel 1) en in fort Ellewoutsdijk. Anderen lagen als gewonden in Nederlandse ziekenhuizen; drie van hen stierven in Maastricht, een in Zeeuws-Vlaanderen, Schoondijke.
Bij de strijd rond Kapelle werden volgens sergeant Ben Daoud acht Noord-Afrikanen krijgsgevangen gemaakt. Het is mogelijk dat zij tijdelijk in Zeeland zij gebleven. Ben Daoud zelf ontsnapte met dertien anderen, zonder uniform. Ze kregen onderweg drie dagen onderdak bij een Nederlander.


De rol van Marokkanen in de bevrijding van Europa
Dinsdag 25 mei 2004
Thema-avond 'Bevrijding voor iedereen', Haarlem
Spreker: Chaib Lajlufi

Laat ik beginnen met te vertellen dat ik geen historicus ben. Ik ben van huis uit pedagoog. In mijn studie en ook mijn werk heb ik geleerd hoe belangrijk cultuur is in de vorming van generaties. Cultuur is iets dat we hebben geërfd van onze voorouders. Het verleden maakt de toekomst. Wij kunnen niet zonder ons verleden. Gebeurtenissen uit het verleden kunnen ons een gevoel van trots geven, of juist een gevoel van schaamte of van schuld.
Wij moeten ons verleden niet vergeten; doen we dat wel, dan verloochenen wij iets van ons zelf.
Vanavond gaat het over de bevrijding aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, 1945. Waar ik het specifiek over wil hebben is de rol van de Marokkanen in die bevrijding. En wat die bevrijding voor de Marokkaanse Nederlanders van nu betekent. Ik spreek hier niet namens de Marokkanen van Haarlem of Nederland, ik spreek hier namens mijzelf en vanuit mijn eigen perspectief.
Bij de voorbereiding op deze inleiding heb ik wat literatuur gelezen van mensen die zich bezighielden met dit onderwerp. Met name Achahboun, Obdeijn en Klinkert hebben zich verdiept in dit vergeten stuk van de geschiedenis.

Waar het om gaat dames en heren, is dat in de Tweede Wereldoorlog Marokkanen hebben meegevochten om Europa te bevrijden. Volgens Opbdeijn, de schrijver van het boek ’Geschiedenis van Marokko’, hebben in de eerste fase van de oorlog 30.000 Marokkanen meegevochten. Volgens Klinkert hebben ruim 77.000 Marokkanen aan de tweede fase (periode 1942-1945) meegevochten. Gedurende de tweede fase zijn er tussen 1944-1945 ruim 8.000 Marokkanen gesneuveld in de gevechten in Europa.

Ik stond er zelf van te kijken. Ik wist niet dat het om zoveel mensen ging.

Deze Marokkanen hebben bijgedragen aan de vrijheid van Europa en dus ook aan de vrijheid van Nederland.


Kaart: www.unica.org

Marokko toen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Marokko bezet door Frankrijk en Spanje. Marokko viel destijds onder het zogenaamde protectoraat van Frankrijk maar dat regime heeft zich heel snel tot een koloniaal regime ontwikkeld. Frankrijk was bezig op een gewelddadige manier de opstand in Marokko de kop in te drukken.

Ik citeer uit het boek van Ad van den Oord ‘Allochtonen van nu & de oorlog van toen’(1):
Geen andere keuze dan soldaat worden.
Said Ou Hamou was een ‘Goumier’ die deelnam aan de belangrijkste geallieerde bevrijdingscampagnes in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde aan de onderzoeker Driss Maghraoui over zijn beweegreden om in het koloniale leger te gaan dienen. Als kind maakte hij mee hoe zijn dorp door de Fransen ‘gepacificeerd‘ werd. “De mobiele infanterie kwam van alle kanten. Ze bombardeerden van alle kanten, ze bombardeerden Ait Serghouchen, zij hadden vliegtuigen. Er vielen doden. Ze namen al ons vee mee en verdwenen. Waarom meldde ik me aan voor de Goums? Simpelweg omdat mijn vader gedood was door de Fransen en we met vijf wezen achterbleven. De meerderheid van de volwassen mannen van Ait Serghouchen was gedood door de Fransen. Er bleven dus een hoop wezen achter die geen andere keus hadden dan Goumier te worden en te gaan werken voor de Fransen.”


Frankrijk had al Marokkanen in het leger. Toen Frankrijk in 1939 Duitsland de oorlog verklaarde, nadat Duitsland Polen was binnengevallen, heeft de Marokkaanse sultan Mohammed V meteen de kant van de Fransen gekozen. Hij aarzelde niet om de oorlog tegen het koloniaal regime ondergeschikt te maken aan het gevaar van het nazisme. Mohammed V heeft zich aan de kant van de geallieerden geschaard.
De sultan heeft alle Marokkanen via de moskeeën opgeroepen elk mogelijk offer voor Frankrijk te brengen. Er kwam een enorme golf van aanmeldingen bij het Franse leger.

Het schijnt dat de Marokkaanse soldaten in mei en juni 1940 een belangrijke rol hebben gespeeld in de verdediging van Zuid-Holland, België en Frankrijk.

Volgens Herman Obdeijn, hebben zich tijdens de eerste fase van de Tweede Wereldoorlog meer dan 30.000 Marokkaanse soldaten ingezet in de frontlinies in Noord-Frankrijk en België. Tijdens deze fase is ook een kleine eenheid Marokkaanse en Noord-Afrikaanse soldaten als onderdeel van de Franse infanterie Nederland te hulp gekomen in Kapelle, Zeeland, bij de verdediging van de toegang tot de haven van Antwerpen (35 soldaten). Zij hadden geen kans, de Duitse troepen stonden toen al op Frans grondgebied. Een aantal van hen is gesneuveld en een aantal anderen werd krijgsgevangen gemaakt. Hun graven zijn niet bekend.

Op het Franse oorlogskerkhof van Kapelle (Zeeland) - waar onze huidige premier vandaan komt - liggen 22 andere gesneuvelde Noord-Afrikaanse soldaten begraven. Zeven van hen zijn geïdentificeerd als Marokkaan. De meesten van hen zijn in mei 1940 tijdens de evacuatie van Franse troepen naar Engeland vanwege Duitse aanvallen verdronken en later op de Nederlandse stranden gevonden. Enkele anderen stierven als gewonde krijgsgevangenen in Nederland en twee Noord-Afrikanen kwamen om tijdens speciale acties in ons land; een van hen was Algerijn. Zij liggen daar zij aan zij met christelijke en joodse gesneuvelden. Eén Noord-Afrikaans graf bevindt zich in Schiermonnikoog. Een ander graf, in Castricum, is verdwenen.

In juni 1940 capituleerde Frankrijk en kwam het regime (Philippe Pétain) van Vichy, die samenwerkte met de Duitsers. Deze collaboratie was ook zichtbaar in Marokko omdat het regime Vichy het grootste deel van het koloniale rijk beheerde. Maar sultan Mohammed V weigerde zijn joodse onderdanen uit te leveren aan de Duitsers. Hij heeft zijn veto uitgesproken dat de Marokkaanse joden uitgesloten werden van openbare functies.


Conferentie Casablanca 1943. Op de bank: sultan Mohammed V, president Roosevelt en Winston Churchill. Achter de sultan: zoon moulay Hassan (foto: arabworld.nitle.org)

In de zomer van 1942 landden de Amerikanen in Marokko en vandaar werd de strijd tegen de Duitsers gevoerd aan het zuidelijk front. In deze tweede fase van de oorlog, van 1942 tot 1945, hebben de Marokkaanse soldaten dapper gestreden tegen de Duitsers. In Italië vormden zij 30% van het totaal aan geallieerden naast de Amerikanen, Britten, Polen en Fransen. Zij wisten door de linies heen te glippen op hun muilezels. De Marokkanen hebben in Italië, Frankrijk en Duitsland hard gevochten.

-- De volgende cursieve alinea is niet door Chaib Lajlufi geschreven, maar door de redactie ingevoegd. --


Mamma Ciociara (foto: www.valleluce.com)

Wrang is dat soldaten van de Goum-eenheden en de twee Marokkaanse divisies zich na het doorbreken van de Gustav-linie in de Italiaanse dorpen te buiten gingen aan verkrachtingen, plunderingen en moorden. Hun commandant, de Franse generaal Juin, zou daarvoor toestemming hebben gegeven. Dat lijkt vreemd, want hij voerde vervolgens snelrecht in en veroordeelde 69 Marokkaanse soldaten, waarvan 15 tot de dood. Niet alleen Marokkaanse soldaten bleken zich overigens schuldig te hebben gemaakt. De verkrachtingen zouden later ook in andere delen van Italië en in de Duitse steden Freudenstadt en Stuttgart hebben plaatsgevonden. Het Italiaans kent voor massaverkrachting sindsdien het woord ‘Marocchinate’ - letterlijk: 'gemarokkaniseerde vrouwen'. In Castro dei Volsci staat het monument Mamma Ciociara om de verkrachte en soms vermoorde vrouwen te herdenken. La Ciociara is de titel van Alberto Moravia’s roman over deze geschiedenis (1957), en van een De Sica-film met Sophia Loren uit 1960 (‘Two women’).
Bronnen: Ad van den Oordt en http://en.wikipedia.org/wiki/Marocchinate.
-- Eind van de ingevoegde alinea. --


Na de oorlog hebben de Marokkaanse soldaten meegedaan aan een groot defilé in Parijs als overwinnaars van de oorlog.
De sultan van Marokko Mohammed V is door generaal De Gaulle geëerd met de onderscheiding 'Compagnon de la Libération'. De enige keer dat deze onderscheiding werd toegekend aan een niet-Fransman, aldus Obdeijn.

Deze Marokkanen hebben voor de vrijheid van Europa gevochten. Zij hebben, met grote offers in België en Noord-Frankrijk, het zuiden van Nederland verdedigd. In mei 1940 bij de strijd in Kapelle, Zeeland, zijn Marokkaanse doden gevallen, zoals ook later in de oorlog. Zij hebben bijgedragen aan de vrijheid in Europa, aan onze vrijheid, en dat mogen wij niet vergeten.


Generaal Clark, Sultan Mohammed V en zoon moulay Hassan (foto: Amerikaanse ambassade Marokko)

Nederland nu
Wij zijn in Nederland op zoek naar cement dat ons met elkaar kan binden. Hierin kan de bevrijding wel degelijk een rol spelen, simpelweg omdat beide volken onder de gevolgen van de bezetting hebben geleden. En omdat beide volken meegedaan hebben om ons te bevrijden van die bezetting.

Tot nu toen worden de herdenkingen van 4 mei en de feestvieringen van 5 mei gedomineerd door Amerikanen, Canadezen, Britten en de herdenking van de joodse Holocaust. De Marokkanen worden hier niet genoemd.

Het is wel merkwaardig dat de Marokkaanse gemeenschap in Nederland, noch deelneemt aan de herdenking, noch deelneemt aan de viering van de bevrijding. Mijns inziens is dit om tweeërlei reden te verklaren. Ten eerste voelt de Marokkaanse gemeenschap in Nederland zich vervreemd in alle ceremonies van zowel de herdenking als de viering. Zij voelen zich niet uitgenodigd en niet erkend om deel te nemen aan deze nationale gebeurtenissen. Zij worden er niet bij betrokken.

Ten tweede is het voor de meeste Marokkanen in Nederland onbegrijpelijk dat juist de joodse gemeenschap die zwaar heeft geleden onder de bezetting, nu heden ten dage de Palestijnen de vrijheid ontneemt. Joden in Israël deporteren Palestijnen naar andere landen. Hun land en huizen worden onteigend en dagelijks worden huizen van Palestijnen gesloopt en hun bewoners zonder vorm van proces geliquideerd. Alles onder het motto van veiligheid. Blijkbaar staat de veiligheid van de een boven die van de ander. Dit alles is moeilijk te verteren voor heel veel Marokkanen in Nederland. Natuurlijk zijn niet alle joden schuldig aan de politiek in Israël, maar bij dergelijke gebeurtenissen worden mensen helaas allemaal over een kam geschoren.

Zoals ik eerder heb gezegd, hebben de Marokkanen in de Tweede Wereldoorlog voor de vrijheid zij aan zij gevochten met christenen, joden en niet-gelovigen. De Marokkanen hebben meteen daarna, in de jaren ‘60 meegewerkt aan de wederopbouw van Nederland. De Marokkanen werken nog steeds aan de welvaart van dit land. Dat er problemen zijn met de integratie en de participatie van de Marokkanen in Nederland valt niet te ontkennen. Redenen daarvoor zijn legio. Maar dat er de laatste jaren is gewerkt om de Marokkanen uit te sluiten is eveneens een feit. Politici verachterlijken de cultuur van de Marokkanen. Ze eisen van hen dat zij hun waarden en normen verruilen voor Nederlandse waarden en normen. Dit gaat mij een beetje te ver.

Wanneer we willen dat iedereen volwaardig participeert in deze samenleving, dan is het noodzakelijk iedereen in zijn waarde te laten, iedereen op een positieve manier bij deze samenleving te betrekken en zeker geen mensen uit deze samenleving op de een of andere manier uit te sluiten.

De Marokkaanse gemeenschap betrekken bij de gebeurtenissen van 4 en 5 mei zou een stap in de goede richting zijn.

Dank u.
Chaib Lajlufi


Marokkaanse joden in Westerbork?

Zoals elders beschreven, weigerde sultan Mohamed V zijn joodse onderdanen uit te leveren aan de Duitsers. Hij heeft zijn veto erover uitgesproken dat de Marokkaanse joden uitgesloten werden van openbare functies. Mohamed Achahboun vertelt dat Marokkaanse joden te Hebron in Israël een bos hebben geplant dat naar sultan Mohamed V werd genoemd. Tijdens de oorlog was minimaal één Marokkaans-joods persoon in Nederland - zie hieronder. Overigens vluchtte een familie met Turks-(Osmaans)-joodse wortels begin mei 1940 uit Nederland naar Frankrijk en vandaar naar Casablanca. De dochter des huizes, Simone Valensi, werkte er bij de Nederlandse vertegenwoordiging (zie Turkije, Turkse joden, namenlijst II, nr. 20).


Casablanca (rond 1900)

De joods-Marokkaanse vrouw Luna da Silva Solis-Benchimol, geboren in Casablanca op 10 december 1910, wordt als 'vermist' genoemd op de sites van Dutchjewry, het Joods Monument en de Oorlogsgravenstichting (tot voor kort als Benkimol). Zij is de enige drager van de naam Benchimol. Op de gedenkwand van de Hollandsche Schouwburg staat ook de familienaam Benchimol geschreven. De heer C. Dahan van de Portugees-Israëlitische Gemeente kon echter verzekeren dat het gezin overleefde (november 2005).


Gedenkmuur Hollandsche Schouwburg

Luna Benchimol was, getuige het gemeentearchief, in januari 1936 te Amsterdam getrouwd met Désiré Daniel da Silva Solis (Parijs, 15 juli 1901). Op 29 december van dat jaar werd Maurice geboren. Het gezin was op 16 mei 1941 verdwenen naar 'Centraal Bevolkingsregister'. Meestal betekende dat 'vertrokken met onbekende bestemming'. De heer C. Dahan weet dat het gezin naar de Verenigde Staten is gevlucht, New York. Daar werkte Désiré Daniel bij een Amerikaanse bank. Hier werd een dochter geboren, Tilly. Na de oorlog werd hij directeur van deze bank in Tanger, Marokko. Désiré Daniel da Silva Solis stuurde pakketten naar Westerbork en Theresienstadt en in en na de oorlog hulp naar de mensen in Amsterdam. Rond 1960 kwam het gezin terug naar Amsterdam. Men woonde op de Henr. Bosmanstraat. Meneer Da Silva Solis zat in de raad van bestuur van de Portugees-Israëlitische Gemeente te Amsterdam en was na de oorlog de meest actieve regent van het Portugees-Israelitisch Seminiarium Ets Haim. Hij overleed rond 1995. Mevrouw Luna da Silva Solis-Benchimol woont met haar dochter in New York. De zoon is architect in Nederland (mededelingen C. Dahan, Amsterdam, november 2005 en Salomon L. Vaz Dias, New York, januari 2007).

Van enkele familieleden zijn wel de sterfdata bekend. Marguerite Vieijra-da Silva Solis (38) werd op 20 maart 1943 met haar echtgenoot, de drogist David Vieijra (Amsterdam 10 april 1900) in Sobibor vermoord (42). Hun 5-jarige dochter Mathilde Judith werd eerder, op 25 januari 1943 in Auschwitz vergast. Het gezin woonde op de Van Woustraat 194 in Amsterdam.

In dezelfde straat, in het buurhuis op 196-I woonde Marguerite’s en Luna's tante Mirjam Monnikendam-da Silva Solis (Amsterdam, 13 juni 1874); evenals haar broer Mozes en haar man Samson Monnikendam kwam zij uit het diamantvak. Mathilde da Silva Solis-Mannheimer woonde met haar kinderen een tijd in bij Mirjam, die in 1931 weduwe werd. Mirjam Monnikendam-da Silva Solis werd op 5 februari 1943 in Auschwitz vermoord, 68 jaar oud.

Jacques Joseph da Silva Solis, kantoorbediende, trouwde met de niet-joodse Katherine Ort uit Beieren (1904). Het echtpaar kreeg twee kinderen, Emil (1933) en Martha Evelyn (1936). Geen van hun namen komt op de slachtofferlijsten voor.


Film Indigènes


Foto: www.indigenes-lefilm.com

Pensioen voor Noord-Afrikaanse veteranen dankzij Indigènes?
Vanaf midden januari 2007 draaide in veel bioscopen de film Indigènes van de Frans-Algerijnse regisseur Rachid Bouchareb (Cannes 2006). De film laat de lotgevallen van vier Noord-Afrikaanse militairen in de Tweede Wereldoorlog zien. Een van hen (Said) is de populaire Frans-Marokkaanse acteur Jamel Debbouze. Zijn grootvader was een van de veteranen. Hier speelt hij het hulpje van een Franse sergeant. Debbouze is ook co-producent. Door zijn contacten lukte het om figuranten uit het Marokkaanse leger mee te laten spelen in de vechtscènes, die bij de zuid-Marokkaanse stad Ouarzazate zijn opgenomen.

Ook in Frankrijk is nauwelijks bekend dat van de 550.000 Franse manschappen meer dan de helft uit de toenmalige Franse koloniën afkomstig waren: 134.000 Algerijnen, 73.000 Marokkanen, 26.000 Tunesiërs, en 92.000 inwoners van Frans Equatoriaal Guinea (de laatsten vochten, voorzover bekend, niet in Nederland; de cijfers voor de Marokkaanse militairen worden op deze site op 77.000 geschat). De koloniale troepen werden voornamelijk als ‘kanonnenvoer’ ingezet.

Het eind van de film speelt in de moderne tijd, op een oorlogskerkhof in de Vogezen. Een van de Maghreb-veteranen bezoekt zijn gevallen kameraden. Uit de begeleidende tekst blijkt dat de pensioenen van deze veteranen in 1952, bij het uiteenvallen van het Franse koloniale rijk, zijn stopgezet. Het Europese Hof oordeelde in 2002 dat dit onrechtmatig was, maar de Franse regering weigerde de overlevende militairen te betalen. Nadat president Chirac de film met zijn vrouw op het festival van Cannes had gezien, beloofde hij de pensioenbetaling te hervatten. Voor de meesten te laat, maar als het gebeurt is het een daad van gerechtigheid.

Bronnen:
Alan Riding, French war movie hits a note of reconciliation (Int. Herald Trib. 27-9-06)
Gerhard Busch, Frankrijks Ereschuld (VPRO-gids 2, 2007)
http://www.volkskrantblog.nl/bericht/77115




Bronnen / Verder lezen

Zie ook Verhalen:
Verhaal van sergeant Ben Daoud over Kapelle

Documentatie J.A. Hey betreffende de Franse militaire begraafplaats in Kapelle, Zuid-Beveland

Archief Gemeente Kapelle (met dank aan archivaris F. de Klerk)

Archief Gemeente Schiermonnikoog (met dank aan mw. Cortie en dhr. Jongsma)

Documentatie Haddadi Hamou: Cees Biezeveld, directeur a.i. St. Nationaal Monument Kamp Amersfoort



Jan Durk Tuinier en Mohamed Achahboun, Graven in de klei. Marokkaanse bevrijders van toen en de vrijheid van nu. Stichting Vredeseducatie Utrecht, in samenwerking met Stichting El Amal, Forum en het Verzetsmuseum Amsterdam. Utrecht 2005 (72 p.). ISBN 90-75104-14-6.



Ad van den Oord, Allochtonen van nu & de oorlog van toen. Marokko, de Nederlandse Antillen, Suriname en Turkije in de Tweede Wereldoorlog. Forum, NIOD, SDU 2004. ISBN 90-5409-4206. pag. 7

Anne Frank Stichting

Arabworld.nitle.org (link werkt niet meer)

Encyclopedia.com

DutchJewry

Joods Monument

Lo Tisjkach

Oorlogsgravenstichting